Veerse Meer
Het Veerse Meer is een kunstmatig brakwatermeer in de provincie Zeeland, dat is ontstaan door afdamming van het Veerse Gat in het kader van de Deltawerken.
Het Veerse meer ligt ten zuiden van het eiland Noord-Beveland, en ten noorden van Walcheren en Zuid-Beveland. In het westen is het van de Noordzee afgesloten door de Veerse Gatdam die in 1961 werd gesloten. In het oosten is het van de Oosterschelde afgesloten door de Zandkreekdam die op 3 mei 1960 werd gesloten.
Het Veerse Meer is 22 kilometer lang. De breedte varieert van 150 tot 1500 meter; de totale oeverlengte bedraagt 55 kilometer. De diepte varieert fors en bedraagt maximaal 25 meter, met een gemiddelde van 5 meter. Het waterpeil wordt in de zomer hoog gehouden en in de winter laag. De totale wateroppervlakte bij NAP bedraagt 2030 hectare. In het meer bevinden zich 13 grote en kleine eilanden. Tot 1969 was het beheer van het meer in handen van de Deltadienst.
Het water is brak, met een variërend zoutgehalte. Sinds mei 2004 wordt er zout water ingelaten uit de Oosterschelde, waardoor het zoutgehalte zal toenemen, en er een getij van ongeveer 10 centimeter ontstaat.
Oosterschelde
Na de stormvloed in 1953 is Zeeland ingrijpend veranderd. Zeearmen zijn afgedamd, dijken zijn verhoogd en nieuwe wegen zijn aangelegd. Ook de Oosterschelde bleef niet onberoerd. De Oosterscheldekering, de Zeelandbrug en de Oesterdam zijn hiervan voorbeelden. Maar één ding gebeurde niet: afsluiting. Door de bouw van de Oosterscheldekering bleef het getij aanwezig in de zeearm. Vogels kunnen nog steeds voedsel vinden op de slikplaten. Ook konden mossel- en oestertelers hun werk blijven voortzetten.
Leuk om te weten
Ooit was het Kanaal door Zuid-Beveland de drukst bevaren binnenvaartroute in West-Europa. De wachttijden bij de ‘Oude Sluizen’ in Wemeldinge liepen soms op tot vijf uur. Met de komst van de nieuwe Schelde-Rijn verbinding verdwenen de wachttijden.
